StartAktuellesBuecherKlassikerBiographienLinksGaestebuch

 

 

Geen brief van Paulus?

Eduard Verhoef

 


In 1991 verscheen bij Peter Lang de dissertatie van Schmithals’ leerling Hermann Detering, Paulusbriefe ohne Paulus? Die Paulusbriefe in der holländischen Radikalkritik. Hermann Detering, predikant in Berlijn haalde in dit proefschrift de ‘Hollandse Radicalen’ weer voor het voetlicht. Dit proefschrift trok vooral de aandacht omdat Detering de standpunten van die kleine groep geleerden voor een belangrijk deel overnam. In hun spoor verdedigde Detenng de these dat we geen authentieke brieven van Paulus hebben en dat alle zogenaamde brieven van Paulus in de tweede eeuw gesitueerd moeten worden.

Begin dit jaar heeft Detering in een vlot geschreven boek zijn visie voor een breder publiek toegankelijk gemaakt. De titel van dit boek: „Der gefälschte Paulus, Das Urchristentum im Zwielicht“1  trekt zozeer de aandacht, dat het populaire Duitse weekblad Focus in het nummer van 30 januari jongstleden er drie bladzijden aan besteedde. Met de kop ‘Der falsche Paulus, Ein Berliner Theologe behauptet, die Gestalt des Heidenapostels Paulus sei eine literarische Er­findung aus dem zweiten Jahrhundert’2 wordt de aandacht getrokken. Het meest suggestief is de volgende passage uit dat artikel: ‘Detering beweert met zoveel woorden dat de grote wereldgodsdiensten benisten op literair bedrog. Daarbij komt nog het pikante feit dat de auteur predikant van beroep is. Dan vragen mensen al gauw: “Mag hij dat?” Ja, dat mag hij kennelijk.’3

Het boek zelf biedt niet veel nieuws vergeleken bij de eerder verschenen dissertatie. In het spoor van W.C. van Manen4 wil Detering de geschiedenis van het oudste christendom herschrijven. En ook de (zeven) brieven die vrijwel algemeen wel als authentieke brieven van Paulus worden gezien, kunnen naar zijn mening alleen verklaard worden als zij in de tweede eeuw geschreven zijn in gnostische kringen.

Een belangrijk punt van verschil tussen Detering en mij is het uitgangspunt. Hoe wordt zuiver geredeneerd? Detering heeft een bepaalde visie op de geschiedenis van het oudste christendom. De gnostiek en Marcion spelen daarin een zeer grote rol. En hij meent dat de brieven van Paulus thuishoren in de door hem gereconstrueerde geschiedenis van de eerste helft van de tweede eeuw.

Naar mijn mening zou een zuivere redenering zijn: we hebben een aantal brieven die zich aandienen als brieven van Paulus. Deze Paulus is met behulp van de brieven te traceren als iemand die In het midden van de eerste eeuw het evangelie van Jezus Christus, zoals hij dat interpre­teerde, in verschillende steden van Klein-Azië en van Griekenland heeft verkondigd. Zo kunnen deze brieven ertoe bijdragen dat wij meer inzicht krijgen in een deel van de geschiedenis van het oudste christendom. De brieven van Paulus zijn even zo vele bronnen van informatie voor de reconstructie van die geschiedenis. Het is onjuist om eerst die geschiedenis te schrijven en vervolgens die brieven daarin in te passen.

In zeker opzicht wordt de discussie van de vorige eeuw herhaald. De reeds genoemde Van Manen promoveerde in 1865 op een dissertatie over de authenticiteit van 1 Thessalonicensen.5 Op dat moment verdedigde Van Manen dle authenticiteit van die brief nog. Later zou hij als één van de ‘Hollandse Radicalen’ de authenticiteit van alle brieven van Paulus verwerpen. Eveneens in 1865 promoveerde A.B. van der Vies op een proefschrift over de beide brieven aan de Tessalonicenzen.6 Van der Vies verwierp de authenticiteit van de beide brieven. Hij redeneerde aldus: de prescripten van de brieven zeggen of alles of niets.7   In het eerste geval is verder onderzoek niet nodig. Dan weten we immers aan de hand van het opschrift wie de auteur van een bepaald geschrift is. In het tweede geval is de weg vrij om, niet gehinderd door de aanhef van de brief, te onderzoeken welke situatie het best het ontstaan van een dergelijk geschrift verklaart. Van Manen verzet zich fel tegen de redenering van Van der Vies. Van Manen meent mijns inziens terecht dat die methode niet deugt. Ook in het gesprek met Detering moet de methode aan de orde komen. Welke waarde hebbende prescripten van de onderhavige brieven. Mogen we de brieven van Paulus, zolang het tegendeel niet blijkt, beschouwen als authentieke brieven? En mogen we dan mede met behulp van deze brieven pogen de geschiedenis van het oudste christendom te beschrijven of schrijven we eerst die geschiedenis en moeten die brieven daar dan ingepast worden?

Het is duidelijk dat ik de standpunten van Datering niet deel. Een andere vraag is of zulke standpunten binnen de kerk getolereerd kunnen worden. In Focus werd al op suggestieve wijze gevraagd of een dergelijke mening zo maar geventileerd mocht worden door een ambtsdrager van de kerk. Detering zelf schrijft dat hij hoopt dat zijn boek ook een ‘Beitrag zu einer größeren Freiheit in der theologischen Diskussion’ is. Dat wil ik graag ondersteunen. Ook voor Van Manen, één van de grote voorbeelden voor Detering, was die vrijheid en ruimte binnen de kerk een groot goed.9 De standpunten van Detering en ook die van Van Manen, zijn mijns inziens onhoudbaar. Maar ik hoop wel dat er binnen de kerk altijd voldoende ruimte zal zijn om met elkaar in gesprek te blijven, ook over ‘Radicale’ standpunten als die van Detering.

________________

1 Düsseldorf  1995.
2 Focus nr. 5, p. 144.
3 Op. dt., p. 146.
4 Zie Eduard Verhoef, W.C. van Manen.
Een Hollandse Radicale theoloog, Kampen 1994.
 
5 Onderzoek naar de echtheid van Paulus’ eersten brief aan de Thessalonicensen. Weesp
1865.
6 De beide brieven aan de Thessalonicensen, Historisch-kritisch onderzoek naar hunnen oorsprong, Leiden 1865.

7 Van der Vies, p.2.

8 Detering.p. 11.
9 Zie Verhoef p. 68.